H ART magazine #162, 27/10/2016

Reniere&Depla

Wie de schilderijen van Reniere&Depla al heeft mogen ontdekken in Villa De Olmen, waar ze verschillende groepstentoonstellingen hebben georganiseerd, of in hun eeuwenoude herenhuis in het Franse Autun, kan zich inbeelden hoe ze op een dag ontdekt kunnen worden achter een notenhouten paravent of een met goudstiksel afgezoomd, zwaar goredijn, en een begeesterend raadsel kunnen oproepen. Want twee dingen zijn verfrissend nieuw en persoonlijk aan deze schilderijen: het oproepen van een bevreemdende sfeer met beelden die niet tot stand kwamen door het dwangmatig combineren van twee of drie niet bij elkaar horende voorwerpen (in de geest van Lautréamont of Margritte). En het weven van een textuur waarin deze beelden liggen ingebed, als in een bad van kleur en gesponnen verf.
Reniere&Depla geven een nieuwe inhoud aan de baroktechniek, door de beelden die opdoemen uit de deels lichter en deels donker gemaakte doodverf, voor altijd te verstrikken in de textuur. Ze doen dat door de lichte en donkere partijen tegelijk te tinten met aangelengde kleurlaagjes die het hele oppervlak bedekken. Textuur en beeld, kleur en schaduw, voor- en achtergrond: alles is verbonden door gemeenschappelijke tonen. Naar voor gehaalde tonen worden weer naar achtergeduwd door een overschildering met een witte glacis-laag, lichtere partijen worden opnieuw verdonkerd of getint door een dun kleurlaagje. Het werk is doortrokken van tijd, zonder nostalgisch te zijn. Het ontstaat als het patina van Chinese stenen: iets wordt toegevoegd en iets wordt weggewassen.
Reniere&Depla vertellen over een beeld van Walter Benjamin van een engel die naar de toekomst wordt weggeblazen terwijl hij naar de catastrofe achter zich kijkt: ”Als je schildert, ga je ergens naartoe,” vertellen ze “zonder het eindpunt te kennen. Je kan alleen maar kijken naar wat je verwoest hebt. Het gebeuren bepaalt waar je naartoe gaat, niet je wil. Als je je laat lijden door de wil, maak je alleen maar steriele dingen.”
In een van de schilderijen, dat een reeks foto’s in een vitrine toont, zien we hoe enkele foto’s meer contrast krijgen door de haast onzichtbare schaduw van de fotograaf die wordt weerspiegeld in het glas. Een ander schilderij speelt zich af op drie niveau’s: we zien de weerspiegelingen op het glas van een toonkast, we zien de voorwerpen in de toonkast én we zien een schilderij dat zich achter de toonkast bevindt. Elk schilderij is als een vastknopen van de tijd die verstrijkt tussen schaduw en hooglicht, een grijpen naar sprekende beelden, een teder geschenk.

Hans THEYS