ENGLISH

Eleen Deprez — A fish, whale or dolphin

Eleen Deprez — My visit to the estate

Eleen Deprez — On collaboration, the studio and visual material

------------------

DUTCH

Eleen Deprez — Een vis, walvis of dolfijn

Eleen Deprez — Mijn bezoek aan het landgoed

Eleen Deprez — Huisbezoek

Eleen Deprez — Over samenwerken, het atelier en beeldmateriaal

------------------

Huisbezoek

Villa de olmen staat statig op het eind van de glooiende oprit. De groene luiken staan opengeklapt, kroonkandelaars lichten op achter de ramen. Het gras strekt zich, zonnebadend, als een dik groen tapijt uit tot aan de officiële ingang. Een afgeronde brede trede, een kleintje dan een langere en dan nog eentje; ik sta onder het afdak. Het huis is een mythe, een fata morgana, een illusie, een reliek uit andere tijden. Ik bel aan en voel me meteen proportioneel te klein voor de deur. Misschien had ik beter de dienstingang genomen, het kleinere deurtje aan de linkerkant van het huis.
Het hoge plafond, een rijzige buste en de met fineerhout beklede muren dwingen me net iets rechter te lopen, de schouders niet meer te laten afhangen, de voeten niet over de vloer te laten slepen. In de hall overvalt een geur me die ik niet anders kan beschrijven dan stoffige door een oudere centrale verwarming gestookte lucht: stoffige, warme lucht. Sneeuwwitje wijst me meteen waar mijn tocht verder heen moet, al lijkt ze zelf de stap niet te durven zetten. De grote spiegel in het salon reflecteert mijn gezicht: onbekende in dit huis. Ik leg mijn hand op het koele zwarte marmer en laat mijn blik dwalen doorheen de kamer en de tuin die uitbundig de lente aankondigt. Het lukt me amper in het huis een alledaags leven in te beelden. Waar zou ik onze ikea-zetel zetten, de minder goede romans uit mijn boekenkast, een lege wijnfles en drie vuile onderbroeken? Het fijne uurwerk in de schouw tikt niet meer. Ik denk aan strak geknoopte vlinderdassen, kraakwitte overhemden, dubbel gelaagde rokken, wat handwerk op het bijzettafeltje en braaf bijbelverzen debiterende kindjes. Hier kan ik me moeilijk een jokkend kind, een ineengezakte soufflé, katerige rode ogen of een beschimmeld kopje opgedroogde koffie inbeelden. En toch verraadt het slijtspoor op de trap het leven van de bewoners, hun jarenlange aanwezigheid. Tussen de muren werd bemind en gehuild, werd geschreeuwd en stilletjes gevloekt. Het huis straalt zijn verleden niet uit maar draagt het, als een fundament van zijn grootsheid. Villa de olmen gaat zo een museale context uit de weg, het ontwijkt het weerhoudende neutrale kader waarin het werk van de 19 kunstenaars meestal te zien is. Duimspijkers lieten gaten achter in de muren van de Groene Kamer, misschien ooit vol posters van reeds lang vergeten rockhelden of onbekende vrouwen met sluik blond haar en ondeugende wulpse ogen. Een witte garage heet Speelkamer en de Studiekamer toont in zijn naam een geschiedenis, een invulling die betekenisvol was voor zijn bewoners. Het huis vervult zijn functie op een eigenzinnige manier en toont dat kunst geen witte muur noodzaakt. Ik wandel doorheen het huis, ik volg zijn wentelende trap, glijd over zijn geboende vloeren. In mijn handen draag ik de wandelgids die me wegwijs maakt doorheen het woonhuis en zijn tentoonstelling.
Het zou oneerlijk zijn om te zeggen dat het huis gevuld werd met werken. De werken vullen het huis niet op, ze maken het net leeg. Leeg, niet in de zin van verlaten of onbewoond, maar de aanwezigheid van de werken produceert een soort stilte in het huis, een geslotenheid die tegelijkertijd de bezoeker uitnodigt. Deze tentoonstelling heeft één gemene deler: Reniere&Depla. Uit hun gedeelde geheugen groeven zij 18 kunstenaars op. Met deze eclectische verzameling vulden zij het huis, alsof zij de nieuwe bewoners waren. Ik wandel niet doorheen een statische verzameling van losstaande individuele beelden maar ik krijg een inkijk op het dynamische karakter van een selectieproces gebracht binnen een huiselijk kader.
Als bezoeker ben ik geen toeschouwer maar gast. Hier wil ik koffie na. Hier wil ik een cake bakken. Hier wil ik bloemen in de tuin planten om er ‘s zomers te blijven.

– Eleen Deprez in 'La part des anges'